TI86

Zoötherapie (Dierondersteunde Interventie)

FR
ZOO

De zoötherapie ontstaat uit een toevallige vaststelling van de kinderneuropsychiater Boris Levinson in 1953, toen een mutistisch kind zich tot zijn hond Jingles richtte en uiteindelijk via hem begon te praten; hij formaliseerde de observatie in The Dog as a Co-Therapist (1962). Haar veld is transversaal, met name gestructureerd rond de geriatrie (ernstige neurocognitieve stoornissen, psychogedragssymptomen die in verzorgingstehuizen worden verzacht). Het internationale kader van de IAHAIO (2014, herzien in 2018) onderscheidt drie modaliteiten: de dierondersteunde therapie (AAT, meetbaar klinisch doel), de dierondersteunde activiteiten (AAA, recreatief doel) en de dierondersteunde pedagogie (AAE).

CodeTI86
Naam (NL)Zoötherapie (Dierondersteunde Interventie)
Franse naamZoothérapie (médiation animale)
Sigle (FR)ZOO
GrondleggersBoris Levinson (observation fondatrice 1953 ; The Dog as a Co-Therapist, 1962) ; cadre international IAHAIO (2014, révisé 2018)
Jaar1953 (observation de Levinson) ; article fondateur 1962
Stroming / GolfApproches par l'animal ; médiation animale (AAT/AAA/AAE selon l'IAHAIO)
BrondeelDeel 7 van de Mémento des Psychothérapies
Auteurs & denkers
Boris Levinson

Deze therapie wordt uitgebreid behandeld (principes, indicaties, protocol, mate van evidentie) in deel 7 van de Mémento des Psychothérapies. Bekijk het deel.