Dzogchen (Grote Perfectie, Tibetaanse Nyingma-traditie)
De Dzogchen (Grote Perfectie) beoogt de directe herkenning en de stabilisatie van Rigpa, zuivere aanwezigheid of gewaarzijn, niet-gefabriceerd, leeg en lichtend, te onderscheiden van Sems (de gewone discursieve geest). De weg ontvouwt zich volgens drie onafscheidelijke momenten — visie (Tawa), meditatie (Gompa) en actie (Chöpa) — en berust op het principe van de zelfbevrijding (Rangdrol), waardoor de gedachten zichzelf bevrijden wanneer men ze laat zonder eraan vast te houden of ze te verwerpen. De twee belangrijkste technieken zijn Trekchö (het vastklampen doorsnijden) en Tögel (voorbehouden praktijk). De auteur benadrukt dat de Dzogchen geen psychotherapie is, maar een weg van bevrijding; de elementen ervan worden in therapie aangepast bij chronische angst, rumineren, rouw en de verhouding tot de dood, met een formele contra-indicatie bij ernstige psychotische en dissociatieve stoornissen.
| Code | TI107 |
|---|---|
| Naam (NL) | Dzogchen (Grote Perfectie, Tibetaanse Nyingma-traditie) |
| Franse naam | Dzogchen (Grande Perfection, tradition tibétaine Nyingma) |
| Sigle (FR) | DZO |
| Grondleggers | transmission de Garab Dorje, Padmasambhava, Vimalamitra ; codification par Longchenpa (XIVe s.) ; diffusion occidentale : Namkhai Norbu, Sogyal Rinpoche |
| Jaar | introduction au Tibet au VIIIe siècle ; codification au XIVe siècle ; diffusion en Occident au XXe siècle |
| Stroming / Golf | Bouddhisme tibétain, tradition Nyingma ; voie sotériologique non-duelle, sommet des neuf véhicules |
| Brondeel | Deel 8 van de Mémento des Psychothérapies |
Deze therapie wordt uitgebreid behandeld (principes, indicaties, protocol, mate van evidentie) in deel 8 van de Mémento des Psychothérapies. Bekijk het deel.